Ode aan het ossenhart

Ik wil graag een ode wijden aan de Coeur de Boeuf oftewel het ossenhart. Ik ben er gek op. Dat dieprode vlees, zo vol van smaak. Je kan me er geen groter plezier mee doen. Voor je je nu zorgen maakt dat ik mij bekeerd heb tot het eten van rauw vlees: de Coeur de Boeuf is een grote tomaat met dikke ribbels. De vrucht bevat minder water dan de gewone tomaat, is minder zuur èn rijpt van binnenuit naar buiten. Dus als hij rood is, is hij ook echt rijp en zorgt voor minder gedoe in je darmen.

Tomaten zijn nu het hele jaar verkrijgbaar dankzij de beschikbare transportmiddelen en het gebruik van kassen. Maar het allerlekkerste zijn ze uit de volle grond. In Nederland is dat, afhankelijk van het weer, meestal van juli tot en met oktober.  De vrucht bevat dan de optimale hoeveelheid vitaminen en mineralen. En, nóg belangrijker wat mij betreft, een flinke hoeveelheid gezonde bio-actieve stoffen  die als anti-oxidanten werken tegen vrije radicalen. Natuurlijke medicijntjes dus die in relevante hoeveelheden vooral in biologisch geteelde tomaten zitten.

De tomaat bevat ook anti-nutriënten. Kort door de bocht een natuurlijk insecticide waarmee een plant zich beschermt. Die worden door sommige mensen te snel en in te grote hoeveelheden opgenomen in de darmen en dat is niet zo fijn. Eet tomaten daarom met mate rauw, niet elke dag. Een béétje anti-nutriënten helpt juist als prikkel om je immuunsysteem wakker te houden. Bij alles geldt: de balans zoeken.
Hoe roder, hoe rijper. In een groene tomaat zit tomatine, een giftige stof. Kook of bak je de groene tomaat, dan verdwijnt die stof maar daarmee ook de gezonde stofjes. Net als in het echte leven moet je bij het koken steeds keuzes maken: ga ik voor het verwijderen van gifstofjes of juist voor de voedingsstoffen?

Pablo Neruda, een Chileense dichter, schreef ooit een mooi gedicht over de tomaat dat eindigde met:

En op tafel, in de taille van de zomer
toont de tomaat zich aan ons
als een aards hemellichaam
een zichzelf herhalende, vruchtbare ster
met haar draaiingen, haar geulen
de opvallende volheid en overvloed
zonder bot of bolster
zonder schubben of doorns
ze geeft ons het geschenk
tomaten
van haar vurige kleur en haar volledige frisheid

Terug naar de Coeur de Boeuf en mijn eigen ode. Vorige week at ik hem zó:

In hele dikke plakken, bestrooid met grof zeezout en versgemalen peper. Met een scheut van mijn allerbeste olijfolie. Versierd met wat zonnebloempitten en basilicum.

Ik sloot mijn ogen. Proefde van de aardse, vlezige, frisse smaak. En ontdekte weer opnieuw dat ik zo’n tomaat nooit anders dan op deze manier wilde eten. Puur. Zonder verdere begeleiding dan zichzelf met wat lichte make-up. Een lofzang waardig.

About the author

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.