Groen uit je oren!

„Jeetje, wat eet jij nou?” Kees, mijn medecursist, kijkt naar het bakje met eten dat ik heb meegebracht van huis. We volgen samen met acht anderen een gratis workshop storytelling via je mobiel. Het is lunchpauze. In mijn bakje: witlof, broccoli-kiemen, radijsjes en knapperige walnoten. Een smakelijke combi vind ik zelf.
„Hoezo?”, vraag ik.
„Nou, het groen groeit nog net niet uit je oren”, grinnikt Kees.
Ik lach mee en zeg: „Ik vind dit gewoon erg lekker”.
„Als jij een konijn wil zijn, prima hoor”. Mijn tijdelijke studiegenoot ploft neer op de stoel naast me.

Dit soort situaties maak ik regelmatig mee. Als ik een bord vol friet, mayo en een frikadel had gehaald, weet ik zeker dat niemand zou zeggen: Jeetje wat eet jij nou?
Op de één of andere manier vinden sommigen het verontrustend als je vooral groente eet, alsof je iemand diep raakt met je keuze. Misschien speelt het eigen geweten op bij het zien van zoveel gezonds en moet dat direct gesust worden door er een grap of lollige opmerking over te maken? Geen idee hoor, ik gis maar wat.

Kees is een vriendelijke man. Had ik hem mijn medische geschiedenis moeten uitleggen? Ik vind van niet. Ik hou het meestal maar op: joh, ik vind dit heerlijk. Of in een grote groep, wanneer mij min of meer saaiheid verweten wordt omdat ik geen wijntje meedrink, zeg ik vaak: sorry, ik lust graag een wijntje, maar het mag even niet van de dokter. Heel handig, ben je gelijk van alle discussie af. En het klopt eigenlijk nog ook.

Omdat ik door Jan en alleman word aangesproken en bevraagd over voeding, lijkt het alsof ik er constant mee bezig ben en er non stop over vertel. Ik doe dat heel graag, ik heb er niet voor niets mijn beroep van gemaakt, daar niet van.
Maar uit mijzelf vertel ik niemand hoe hij of zij moet eten. Anderen brengen het thema in mijn bijzijn op, meestal wanneer zij mij zien knabbelen op iets groens.
Wanneer ik in mijn praktijk voedingsadviezen geef, is het natuurlijk expliciet op verzoek van de klant. En ook in die hoedanigheid pas ik op om voedingsgroepen uit te sluiten. Dat is ook helemaal niet het doel. Natuurvoeding, waar ik mij mee bezig hou, gaat over kwaliteit en waarde van de voeding. Over inhoudsstoffen, variatie en zuiverheid. Hooguit vraag ik aan een klant om  bepaalde waren wat te minderen. Vijf, zes keer vlees in de week is echt onnodig en belastend voor je lijf èn het milieu. Alleen wanneer iemand een gezondheidsuitdaging heeft, zal ik voorstellen sommige producten al dan niet tijdelijk te laten staan. Voor de rest moet je vooral genieten van kwalitatief goed eten.

Een uitzondering op bovenstaande zijn mijn eigen, zelfstandig wonende kinderen. Die geef ik te pas en te onpas ongevraagde adviezen vanuit moederliefde èn vanuit een overbodige bezorgdheid zodat er op een gegeven moment echt groene stoom uit hun oren komt. Dan weet ik, mondje verder dicht.

Op kantoor is mijn manier van eten inmiddels geaccepteerd. Soms moeten we erg lachen als ik op een vraag uitleg wat suiker met je doet, terwijl een collega intussen een gevulde koek naarbinnen werkt.

Over suiker gesproken: de overheid denkt aan een speciale suikertax, in navolging van een aantal andere landen, om het gebruik van suiker te beperken. Er is steeds meer obesitas en diabetes II als gevolg van de overdadige suikerconsumptie. Ik vraag me af of zo’n tax wel gaat werken. Zolang iedere voedselproducent aan samengestelde voedingswaren en kant-en-klaar producten straffeloos suiker mag toevoegen (wist je dat zelfs veel soorten ham suiker bevatten?), kom je er niet met een suikertax, lijkt me.

We zijn klaar met de lunch maar Kees kijkt me oprecht bezorgd aan. „Heb je straks niet opnieuw hartstikke honger?”
„Nee hoor, die noten vullen goed”.
Ik zie ongeloof in zijn ogen.
De rest van die middag houdt hij me verwachtingsvol een zakje met zoetigheid voor, waar ik steevast voor bedank. Ik zie hem denken: dat magere konijntje moet nodig vetgemest worden.

Om Kees gerust te stellen een recept voor een vullende, maar wel balorig groene soep.

 

20161010_104401-1Voor vier personen

Ingrediënten
2 eetlepels olijfolie extra virgin
3 teentjes knoflook, in stukjes
1 gesnipperde ui
1 cm verse gember, in stukjes
450 gram broccoli, in stukken
1 prei, schoongemaakt en in dikke ringen
1 grote of 2 kleine courgettes, gewassen en in stukken
2 stengels bleekselderij in stukken
1 flinke hand verse peterselie, fijngehakt
1/4 hand basilicum, fijngehakt
2 eetlepels chia zaadjes
1 handje groene pompoenpitten
1 avocado
sap van een limoentje of een halve citroen
zeezout en vers gemalen peper naar smaak

Bereiding:
Roerbak de knoflook, ui en gember op matig vuur in de pan met wat olijfolie. Voeg de groenten toe en roerbak kort mee. Voeg water toe zodat alles net onder komt te staan. Niet te veel, het moet een dikke, romige soep worden.
Breng aan de kook, zet het vuur laag en laat langzaam pruttelen tot de groenten zacht zijn. Haal de pan van het vuur en voeg de avocado toe. Pureer de soep. Voeg naar smaak citroen- of limoensap toe, peper en zout, de chia zaadjes, de pompoenpitten en bestrooi met de fijngehakte kruiden.

 

* het plaatje is geschilderd door Haderer en heeft de titel ‘nebenwirkungen’

About the author